Leven met een medicijnpomp
Al snel na de operatie merkt u weinig meer van uw pomp. Er zijn geen uitwendige onderdelen, waardoor u misschien wel helemaal vergeet dat de pomp er zit. U merkt wellicht dat ruime kleding het prettigst zit. Afhankelijk van uw maat, uw lichaamsbouw en de plaats waar de medicijnpomp geïmplanteerd is, kan het systeem onder uw kleding onzichtbaar zijn.
Praktische zaken
Wanneer u een systeem voor intrathecale geneesmiddeltoediening (ITGT) krijgt, is het voor u van groot belang dat u de instructies van uw behandelteam opvolgt. Ook dient u:
- zich altijd te houden aan controle- en vulafspraken.
- onmiddellijk contact op te nemen met uw behandelteam als u een pompalarm hoort (een pieptoon).
- altijd een patiëntidentificatiekaart bij u te hebben. Op deze kaart moet de volgende informatie staan: de naam van het geïmplanteerde pompsysteem en de naam en de huidige dosis (hoeveelheid) van de pijnmedicatie die u gebruikt.
- uw andere artsen en uw tandarts in te lichten over uw ITGT-systeem en de aanwezigheid van de geïmplanteerde medicijnpomp.
- ervoor te zorgen dat uw familie en vrienden van de programmeerbare pomp afweten, zodat ze u in geval van nood kunnen helpen.
- uw behandelteam in te lichten als u op reis wilt gaan. Het team kan er dan voor zorgen dat er genoeg medicatie in de programmeerbare pomp zit.
Lichamelijke activiteiten
U krijgt het advies lichamelijke activiteiten te vermijden waarbij de implantatieplaats van de pomp beschadigd kan raken, evenals activiteiten waarbij grote temperatuurs- of drukverschillen optreden, zoals diepe warmtetherapie en scubaduiken.
Controle en vullen
De periode tussen twee controleafspraken kan variëren van weken tot maanden en is afhankelijk van de geprogrammeerde dosis van uw pijnmedicatie. Deze bezoeken zijn nodig om uw programmeerbare pomp opnieuw te vullen en de dosering bij te stellen. Het behandelteam bepaalt hoe vaak uw programmeerbare pomp moet worden gevuld.
Tijdens zo’n bezoek wordt de pomp geleegd en opnieuw gevuld met behulp van een naald die door uw huid wordt geprikt. Het is belangrijk om u aan alle vulafspraken te houden zodat u altijd voldoende pijnmedicatie hebt.
Onderhoud van de pomp en het systeem
Tijdens de vulbezoeken controleert het behandelteam de pomp en de batterij. De pomp is voorzien van alarmen die zachtjes piepen om aan te geven dat de pomp moet worden gecontroleerd. Er klinkt een alarm wanneer het pompreservoir nog maar weinig geneesmiddel bevat. Verder klinkt er een alarm wanneer de batterij van de pomp bijna leeg is.
Magneten
De pomp kan worden gestoord door magnetische velden, zoals de velden die worden gegenereerd door CT-scanners, MRI-scanners, bestralingsapparaten en diathermieapparaten. Raadpleeg altijd uw arts voordat u andere behandelingen en onderzoeken ondergaat.
Alarmen
Als u een alarm hoort, neem dan contact op met het behandelteam om vast te stellen wat de oorzaak is en om de pompinstellingen aan te passen.
Batterij
De batterij gaat enkele jaren mee. De precieze levensduur van de batterij hangt af van de hoeveelheid geneesmiddel die de pomp elke dag moet toedienen. Voordat de batterij helemaal leeg is, moet de pomp worden vervangen door een nieuwe, waar weer een kleine ingreep voor nodig is. Het slangetje kan meestal blijven zitten en op de nieuwe pomp worden aangesloten.
