Section Navigation

De zorg na de ingreep

Nadat het neurostimulatiesysteem geïmplanteerd is, mag u de eerste paar dagen niet al te veel bewegen. Dat om te voorkomen dat de elektrode verschuift en de neurostimulatie minder effect heeft.

Gebruikelijke instructies na de ingreep zijn:

Onmiddellijk na de operatie
  • Bedrust zo lang als uw arts geadviseerd heeft. Door de bedrust is er minder risico dat de elektrode verschuift.  
    • Zet het hoofdeinde van het bed de eerste nacht ongeveer 20 graden omhoog om uw wervelkolom te ondersteunen.
De dag na de operatie
  • Ga korte perioden lopen om uw kracht weer op te bouwen; houd uw rug zo recht mogelijk om te voorkomen dat de elektrode verschuift.
Gedurende
6 tot 8 weken na de operatie
U DIENT:
  • Uw inspanningen en bewegingen tot een minimum te beperken zodat er een litteken rond de elektrode kan ontstaan; dit helpt voorkomen dat de draad verschuift. 
  • Toestemming van uw arts te krijgen voordat u uw wervelkolom laat manipuleren door een chiropractor of een andere arts. 
  • Het bovenste deel van uw romp als één geheel te bewegen (d.w.z. dat u uw hoofd niet moet draaien zonder ook uw heupen mee te draaien). 
  • Uw kracht op te bouwen door dagelijks korte perioden te lopen of naar fysiotherapie te gaan, al naar gelang uw arts voorschrijft.

In het ziekenhuis wordt u geleerd hoe u de stimulator aan en uit moet zetten, en hoe u het patiëntenprogrammeerapparaat samen met de neurostimulator moet gebruiken. Verder wordt uitgelegd welke apparatuur van invloed kan zijn op de werking van uw neurostimulator. Dat zijn bijvoorbeeld MRI-scannersbestralings- en diathermieapparatuur.

Bijwerkingen komen bij neurostimulatie weinig voor. Voor neurostimulatie is echter wel een operatie nodig, en operaties gaan altijd met bepaalde risico's gepaard. Deze risico's zijn onder meer infectie, bloeding en pijn.

 

 

Laatste pagina-update : 22 09 2010