De zorg na de ingreep
Nadat het neurostimulatiesysteem geïmplanteerd is, mag u de eerste paar dagen niet al te veel bewegen. Dat om te voorkomen dat de elektrode verschuift en de neurostimulatie minder effect heeft.
Gebruikelijke instructies na de ingreep zijn:
| Onmiddellijk na de operatie |
|
| De dag na de operatie |
|
| Gedurende 6 tot 8 weken na de operatie | U DIENT:
|
In het ziekenhuis wordt u geleerd hoe u de stimulator aan en uit moet zetten, en hoe u het patiëntenprogrammeerapparaat samen met de neurostimulator moet gebruiken. Verder wordt uitgelegd welke apparatuur van invloed kan zijn op de werking van uw neurostimulator. Dat zijn bijvoorbeeld MRI-scanners, bestralings- en diathermieapparatuur.
Bijwerkingen komen bij neurostimulatie weinig voor. Voor neurostimulatie is echter wel een operatie nodig, en operaties gaan altijd met bepaalde risico's gepaard. Deze risico's zijn onder meer infectie, bloeding en pijn.

