Welke implanteerbare
neurostimulatiesystemen zijn er?
Een neurostimulatiesysteem bestaat uit een programmeerbare neurostimulator (die o.a. een batterij bevat) en een elektrode, die beide operatief worden ingebracht. Er zijn twee typen neurostimulatiesystemen:
- Een niet-oplaadbaar systeem waarvan de stimulator vervangen moet worden wanneer de batterij leeg is. Dat is meestal na ongeveer 3 tot 5 jaar het geval, afhankelijk van het stroomverbruik, d.w.z. de hoeveelheid energie die nodig is om uw pijn onder controle te houden.
- Een systeem met een oplaadbare batterij met een levensduur van 9 jaar.

De neurostimulator wordt meestal onder de huid van de buik of bil geplaatst, waar deze het minste ongemak oplevert en het minst zichtbaar is; in overleg met uw arts beslist u wat bij u de beste plaats is. Uw arts of verpleegkundige stelt het systeem zodanig in dat uw pijn zo goed mogelijk wordt behandeld. Dat gebeurt van buitenaf met behulp van een programmeerapparaat.
Bij uw neurostimulatiesysteem hoort een patiëntenprogrammeerapparaat. Dat is een eenvoudig draagbaar apparaatje, dat de vorm en grootte van een computermuis heeft. Hiermee kunt u uw stimulatie aan veranderende behoeften aanpassen, maar wel binnen de grenzen die door uw arts zijn ingeprogrammeerd. Als u staat, kunt u bijvoorbeeld meer stimulatie nodig hebben dan wanneer u zit. U kunt dit programmeerapparaat ook gebruiken om uw neurostimulator aan of uit te zetten.

Wanneer de neurostimulator vervangen moet worden, dan verwijdert uw arts het apparaat tijdens een kleine ingreep en wordt er een nieuwe neurostimulator geïmplanteerd. Dit gebeurt meestal tijdens een dagopname.
