Wat gaat er vervolgens gebeuren?
Wanneer besloten is om inwendige neurostimulatie toe te passen, dan wordt er meestal een proefstimulatie uitgevoerd. Daarmee kunnen de arts en de patiënt zien of neurostimulatie voldoende pijnverlichting biedt. Voor een proefstimulatie is een kortdurende opname (meestal één nacht) noodzakelijk. De proefstimulatie bestaat uit vier stappen:
1. Er wordt een lokaal anestheticum toegediend.
2. Vervolgens wordt er een dunne geïsoleerde draad (de elektrode) via een naald door de huid ingebracht, bijvoorbeeld halverwege de onderrug. Via deze elektrode kan de arts de stimulatie regelen.
3. De arts stelt de patiënt vragen over de plaats en de intensiteit van de stimulatie. Dit proces gaat door tot de arts de plaats gevonden heeft waar stimulatie voor de meeste pijnverlichting zorgt.
4. Na de test gaat de patiënt ongeveer twee weken naar huis met een tijdelijke externe neurostimulator. Dit is een voedingsbron voor het afgeven van pulsjes aan uw ruggenmerg. Door deze pulsjes voelt u de pijn niet meer, maar ervaart u in plaats daarvan een tintelend gevoel. In die periode kan er getest worden of de behandeling bij alledaags gebruik werkt.

De testperiode wordt als succesvol gezien indien de patiënt meer dan 50% pijnvermindering ervaart. Als de arts en de patiënt het erover eens zijn dat de proefstimulatie succesvol verlopen is, kan er besloten worden om een permanent systeem te implanteren. Dit wordt onder de huid aangebracht. Deze ingreep vindt plaats onder narcose. Als de proefstimulatie tot onvoldoende pijnverlichting heeft geleid, dan wordt het tijdelijke systeem verwijderd, waarna er een klein litteken op de huid overblijft.
